Doopsgezinde Spiritualiteit

De geschiedenis van de doperse beweging begon rond 1525 op allerlei plekken in Europa met kleine kernen rond een radicale hervormer. Er waren ook groepen die de spoedige komst van het einde der tijden verwachtten en er niet voor terugschrokken dat einde alvast met geweld aan te kondigen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de stad Münster, waar doperse groepen in 1534-1535 een waar schrikbewind vestigden, dat ook weer met grof geweld door de katholieke overheid beëindigd werd. De doopsgezinden in Nederlanden hergroepeerden zich daarna rond de gewezen Friese dorpspastoor Menno Simons (ca. 1496-1561). Naar hem worden zij in het buitenland doorgaans Mennonieten genoemd. Menno Simons wees geweld ten stelligste af. Zijn volgelingen zijn dat altijd trouw gebleven. Zij behoorden in Nederland tot de eerste weigeraars van militaire dienst en zij spelen tot de dag van vandaag een belangrijke rol in de vredesbeweging.

In de doperse spiritualiteit speelt het ideaal van de navolging van Jezus een centrale rol. Zij staan daarmee in de lijn van vroomheidsbewegingen uit de middeleeuwen. De nadruk ligt bij hen niet op theologische spitsvondigheden, maar op een praktisch christendom, dat gehoor geeft aan de richtlijnen van de Bergrede in het evangelie volgens Matteüs. Eenvoud en soberheid zijn een kenmerk van het doperse leven. Inzet voor de naaste en voor een rechtvaardige en vreedzame wereld staan voorop. Doopsgezinden zijn doorgaans praktisch ingestelde mensen, snel bereid om de mouwen op te stropen en zich in te zetten voor het goede. Eerlijkheid en openhartigheid staan hoog in het vaandel. Wat je gelooft staat niet los van hoe je handelt in de samenleving.

Omdat zij in de eerste eeuwen van hun bestaan vaak vervolgd werden, zijn sommige doperse groepen, vooral in het buitenland, zich afzijdig gaan houden van de wereld. ‘Wereldmijding’ noemt men dat. Dat heeft een kenmerkende vorm aangenomen bij stromingen als de Amish in de Verenigde Staten. In Nederland daarentegen stonden doopsgezinden vanaf de achttiende eeuw open voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de Verlichting en de moderne theologie. Daardoor hebben zij zich hier ontwikkeld tot een vrijzinnig kerkgenootschap, dat vaak samenwerkt met de remonstranten. Samen stonden zij bij voorbeeld aan de wieg van de VPRO (Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep). De doopsgezinden waren ook het eerste kerkgenootschap in Nederland dat het ambt van predikant openstelde voor vrouwen. Anne Zernike was in 1911 hun eerste predikante.

De Nederlandse doopsgezinden komen samen in ongeveer honderd plaatselijke gemeenten, de meeste in het noorden en westen van het land, die elkaar sinds 1811 ontmoeten in een landelijk verband, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. Wereldwijd ontmoeten zij hun zusters en broeders in de Mennonite World Conference. Zij zijn aangesloten bij de Raad van Kerken in Nederland en bij de Wereldraad van Kerken.

Terug